Vijf mythes over het versturen van e-mailings zonder opt-in

Geschatte leestijd: 3 minuten (Geen tijd? Stuur dit artikel per e-mail)
25 april 2016

Voor veel mensen is spam een van de grootste ergernissen waar ze op dagelijkse basis mee te maken krijgen. Om deze vorm van ongewenste reclame tegen te gaan, gelden er strenge regels met betrekken tot het versturen van commerciële e-mailings, en werd door de DDMA de Code E-mail in het leven geroepen. In een notendop draait het bij beide regelgevingen om één ding: het is niet toegestaan om mensen te benaderen zonder dat zij daarvoor toestemming gaven.

Desondanks bestond in 2015 nog zo’n 50 procent van alle verzonden e-mails uit spam, in sommige gevallen niet eens afkomstig van mensen die ervan bewust zijn dat ze de regels overtreden. Er bestaan namelijk veel mythes over de noodzaak van een opt-in voor het versturen van e-mails, waarvan we de meestgehoorde hieronder ontkrachten.

Mythe 1: voor info@-adressen is geen opt-in nodig

De herkomst van deze fabel is niet helemaal duidelijk, maar moet waarschijnlijk worden gezocht in het algemene karakter van het adres. Info@-adressen zijn bedoeld voor algemene communicatie, en blijkbaar denken veel mensen dat het versturen van reclamemails daaronder valt. Ook als daarvoor geen opt-in is afgegeven. Een misverstand dat de verzender op een fikse boete kan komen te staan, aangezien voor info@-adressen wel degelijk een opt-in nodig is.

Sterker nog, als e-mailmarketeer doe je er verstandig aan álle info@-adressen in je database met argusogen te bekijken – of die nu een op legale manier zijn verkregen of niet. Het probleem met deze adressen is namelijk juist hun algemene karakter, en het feit dat e-mails aan info@-adressen vaak bij meerdere personen binnenkomen. Dat een van die mensen zich met een algemeen adres inschrijft voor je e-mailings, betekent immers niet dat de rest van de ontvangers daar ook op zit te wachten.

Mythe 2: ‘zorgvuldig geselecteerde partners’ hebben geen extra toestemming nodig

Mag je als derde partij e-mails versturen naar mensen die toestemming hebben gegeven voor het ontvangen van aanbiedingen van ‘zorgvuldig geselecteerde partners’? Hoewel het erop lijkt dat veel bedrijven denken dat dit inderdaad zo is, luidt het enige juiste antwoord op deze vraag ontkennend.

Om iemand te mogen benaderen met commerciële e-mailings, is namelijk iemands specifieke toestemming vereist. Dat betekent dat het duidelijk moet zijn voor welke e-mails iemand zich inschrijft, wat bij een bewoording als ‘zorgvuldig geselecteerde partners’ niet het geval is. Je mag dus alleen opt-ins werven voor derden, als het voor de inschrijver zonneklaar is voor wie je precies aan het werven bent.

Mythe 3: je mag iemand zonder opt-in benaderen als je verwijst naar een eerder contactmoment

Alhoewel er voor bestaande relaties een uitzondering geldt op de opt-inplicht, betekent dat niet dat je lukraak iedereen die je ooit sprak kan benaderen met commerciële e-mailings. De uitzondering geldt namelijk alleen voor bestaande klanten, en dan moet het ook nog eens gaan om aanbiedingen van producten of diensten vergelijkbaar met diegene die ze eerder hebben afgenomen. Of je in je e-mail nou verwijst naar een eerder contactmoment of niet.

Mythe 4: je kan toestemming krijgen via de algemene voorwaarden

Mensen die een opt-in afgeven voor je e-mails, moeten dat expliciet en actief doen. Door hun e-mailadres in te vullen en actief te klikken op een inschrijfknop bijvoorbeeld. Of door een vinkje te zetten in een webformulier.

Het is hoe dan ook niet voldoende om de inschrijving voor je e-mails te regelen in de algemene voorwaarden, aangezien het dan gaat om indirecte toestemming. Ook is het niet toegestaan om in een webformulier de opt-in te regelen via een vooraf geselecteerd hokje, omdat dat geen actieve handeling is.

Bedenk verder ook dat het voor ontvangers duidelijk moet zijn waarvoor ze zich expliciet inschrijven. Wil je bijvoorbeeld iemand benaderen met zowel een nieuwsbrief als commerciële aanbiedingen? Geef ze dan per type mail de mogelijkheid zich in te schrijven op een webformulier, bijvoorbeeld aan de hand van twee verschillende hokjes die ze kunnen aanvinken.

Mythe 5: het kan geen kwaad om de opt-inregelgeving te negeren

Nog los van de boetes die het negeren van de wetgeving je als e-mailverzender kan opleveren, is het verzenden van e-mails aan mensen die daar geen toestemming voor gaven funest voor je deliverability.

De Nederlandse overheid en DDMA zijn namelijk niet de enige die inspanningen leveren om het verzenden van spam tegen te gaan. Internetserviceproviders hebben er ook alle belang bij om hun klanten te beschermen tegen ongewenste reclame, en houden daarom voor verzenders van bulkmailings hun e-mailreputatie bij.

De meest effectieve manier om die reputatie om zeep te helpen is door spamklachten te verzamelen, en reken maar dat mensen die knop weten te vinden als je ze ongevraagd benadert.

Deel dit artikel

Categorieën

E-mailmarketing